Welke scholings- en educatieve opgaven staan babyboomers in hun latere jaren te wachten? En, wordt hun leren ook maatschappelijk gefaciliteerd of zelfs uitgelokt? Dit Gerōnnummer gaat over zowel lehren (bijdragen aan het leren van anderen) als lernen (zich kennis en inzichten eigen maken).
Leeropgaven van babyboomers hebben alles te maken hebben met de maatschappelijke veranderingen die zich onder hun ogen, en gedeeltelijk door hun eigen toedoen, voltrekken. De kennissamenleving is op een andere ‘grondstof’ gebaseerd dan die waarmee babyboomers hun leven begonnen. Toepasbare kennis heeft een steeds kortere levensduur. Het is daarom de vraag of babyboomers over de kennis beschikken die nodig is om deel te blijven nemen aan de economische productie.
Buiten het beroepsleven is de maatschappelijke verdeling van scholing ook van groot belang voor de babyboomer als consument, vrijwilliger, mantelzorger en politiek betrokken burger. De samenleving en de babyboomers staan – op straffe van uitsluiting – voor de educatieve uitdaging om bij te blijven. Voor beide zelfs een morele verplichting.
De komende generatie ouderen heeft van alle voorgaande generaties het meest geprofiteerd van ‘het goede der aarde’. Welke leeropgave ligt er nu voor hen op het gebied van natuur en milieu? En wat kunnen ze leren aan de jongere generaties?
Alsof dit nog niet genoeg is, moeten ouderen zich ook losmaken van de taal van de dominante commercie, technologie en bureaucratie, de taal van beheersing. Hun denken in termen van zelfsturing en autonomie – naar men zegt zo kenmerkend voor babyboomers – vraagt, in het zicht van het levenseinde, om een andere inhoud. Een taal vinden voor de doordenking daarvan is een educatieve taak van de eerste orde. Ook daar staan de ouderen van de toekomst voor en natuurlijk niet zij alleen.
Een inhoudsopgave van Gerōn 2/2009 vindt u op deze pagina.