Het boek biedt een heldere en interessante uiteenzetting van de theoretische achtergronden van de life-review methode, die variëren van praktische theologie, tot narratieve (verhalende) en interpretatieve benaderingen in de wetenschap, tot de psychologie van herinneren en ouder worden. Lezers die op zoek zijn naar verhalen van ouderen zullen teleurgesteld worden. Het belang van het boek zit in het gedegen onderbouwen van de werking van levensverhalen voor de bevordering van zingeving, maar waarschuwt tegelijkertijd voor een instrumenteel gebruik ervan om het geluk of welbevinden te verhogen. Onderzoek doen naar de effecten van levensverhalen kan afbreuk doen aan de romantiek die met verhalen geassocieerd wordt, maar juist in een toenemende technocratisering van de zorg – het gieten van ‘kwaliteit’ in efficiency- en effectiviteitstermen en protocollen – is wetenschappelijk bewijs voor zoiets ongrijpbaars als ‘zingeving’ en ‘verhalen’ broodnodig.
Betekenis geven aan veranderde omstandigheden
Het proefschrift bestaat uit drie delen. Het eerste, theoretische deel, bevat achtergrondinformatie over wetenschappelijke literatuur over zingeving, levensloop, herinneren en verhalen. In dit deel wordt onder andere uiteengezet wat centrale begrippen als life-review behelzen. Life-review verwijst naar het terugkijken op de gehele levensloop op een gestructureerde en evaluerende manier in een individuele setting. Via een historisch overzicht wordt duidelijk dat aanvankelijk het ophalen van herinneren door ouderen negatief werd geëvalueerd als zijnde een symptoom van een ziektebeeld. Later zorgde een positievere evaluatie van herinneren voor de ontwikkeling van verschillende soorten life-review methoden in de ouderenzorg. Deze methoden werden vooral geschikt geacht voor ouderen, omdat het terugblikken op het leven als natuurlijk onderdeel van het ouder worden werd beschouwd. Meer recent onderzoek wijst echter uit dat life-review niet typisch is voor ouderen in de zin dat lang niet alle ouderen aan life-review te doen, en dat life-review voorkomt bij mensen in alle levensfasen. Mensen blijken vooral life-reviewactiviteiten te gaan ondernemen wanneer zij hiertoe genoodzaakt worden door ingrijpende levensgebeurtenissen, ongeacht hun leeftijd. Wanneer, zoals met het stijgen van de leeftijd, de mogelijkheden om externe omstandigheden te beïnvloeden afnemen, wordt het aanpassen aan de omstandigheden belangrijker.
De belangrijkste functie van life-review is dan ook het bijdragen aan een coherent, geïntegreerd, en bevredigend levensverhaal dat behulpzaam is om betekenis te geven aan de veranderende omstandigheden. Om deze veronderstelling te toetsen, onderzoekt Tromp veranderingen in de inhoud en structuur van narratief-autobiografische interviews die werden gehouden met ouderen voorafgaand en na afloop van deelname aan een life-review interventie. In totaal zijn er drie meetmomenten: vooraf, direct na en vijf maanden na de life-review interventie.
Aanvaarding en verzoening na verstrijken van tijd
Het tweede, empirische deel, bevat beschrijvingen van het analyse-instrument, het veldonderzoek en de dataverzameling, en de resultaten. De meer technische verhandeling in dit deel past bij een wetenschappelijke proeve van bekwaamheid, maar zal niet alle lezers uit de praktijk van het ouderenwerk bekoren. In dit deel worden onder andere de criteria waarop de kwaliteit van het levensverhaal (zoals coherentie, integratie/verzoening, openheid en differentiatie) aan de hand van continua mooi uitgewerkt. Het resulterende multidimensionele analyse-instrument is in het licht van het gebrek aan geëxpliciteerde methodische werkwijzen in narratief onderzoek indrukwekkend wat betreft compleetheid en gedegenheid. De inzet van vrijwilligers en studentassistenten hebben het zeer tijdsintensieve en gecompliceerde proces om de analyse uit te voeren mede mogelijk gemaakt. Uit de analyse blijkt dat de coherentie van het levensverhaal toeneemt direct na de interventie, en daarna weer afneemt. Het omgekeerde geldt voor integratie/verzoening. Daarin is direct na de interventie geen toename of afname te zien, terwijl vijf maanden na de interventie een herwaarding blijkt te hebben plaatsgevonden: ouderen laten meer aanvaarding en verzoening met hun levensverhaal zien. Dit resultaat laat het belang van meerdere meetmomenten zien, of anders gezegd het belang van een onderzoek dat de werkzaamheid over de langere termijn monitort.
Dat de methode geen effecten laat zien op de andere maten voor de kwaliteit van het levensverhaal, lijkt voor een belangrijk deel te maken te hebben met de moeilijkheid om maten als openheid en differentiatie goed te concretiseren voor onderzoek; zonder goede maat is het ook moeilijk effecten te meten. Het verdient aanbeveling om bij de literatuurwetenschappen te raden te gaan om nog betere maten voor de kwaliteit van levensverhalen te ontwikkelen, ook al is de auteur terecht voorzichtig bij het trekken van een parallel tussen het lezen van romans en het analyseren van levensverhalen.
Onderbouwing voor de werking van life-review
Het derde deel, reflectie, bevat zowel een meer theoretische reflectie als een reflectie op de implicaties voor theorie en praktijk. Een bijzonder boeiend onderdeel is de duiding van life-review als een praktijk van de hoop. Hoop komt in de levensverhalen tot uitdrukking in de anticipatie op de mogelijkheid van een goede afloop, zonder daarbij verdriet en pijn te negeren. Succesvolle life-review blikt dus niet alleen terug, maar ook hoopvol vooruit. Om hoop levend te houden te midden van lijden en gebrokenheid, is aandachtig en respectvol luisteren naar de levensverhalen van ouderen nodig, zo concludeert Tromp. Uit deze conclusie blijkt de bijzondere insteek van dit onderzoek, dat zich richt op de effecten van life-review op zingeving en niet op het directe effect op welbevinden en geluk. Life-review is namelijk niet een methode die per se tot meer geluk en welbevinden leidt. Het is ook geen methode die zomaar als gezelligheidsactiviteit geschikt is, omdat het ophalen van herinneringen emotioneel confronterend kan zijn. Daarmee is life-review niet minder waardevol. Het past echter meer in een eudaimonistische opvatting dan in een hedonistische opvatting van kwaliteit van leven. Zelfaanvaarding en de zoektocht naar de eigen bestemming worden in een eudaimonistische optiek hoger geacht dan genot of plezier. Vanuit deze optiek pleit Tromp voor een zorgcultuur die ruimte geeft voor oprechte aandacht en wederzijdse erkenning. Dit pleidooi is al eerder gevoerd door bijvoorbeeld Andries Baart. Maar in dit onderzoek geeft Tromp empirische onderbouwing voor niet alleen het feit dat life-review werkt, maar ook hoe en wanneer het wel en niet werkt om zingeving te bevorderen.
Boek
Tromp, T. (2011). Het verleden als uitdaging. Een onderzoek naar de effecten van life review op de constructie van zin in levensverhalen van ouderen. Boekencentrum Academic. Proefschrift Theologische Universiteit Kampen.
Over de auteur
Anneke Sools is universitair docent narratieve psychologie bij de vakgroep Psychologie, Gezondheid en Technologie aan de Universiteit Twente. Zij is de medeoprichter van het Nederlands Netwerk voor Narratief Onderzoek en van het Levensverhalenlab aan de Universiteit Twente. Ze promoveerde aan de Universiteit voor Humanistiek op het proefschrift De Ontwikkeling van Narratieve Competentie, waarin zij verhalen van Marokkaanse en Nederlandse ouderen over gezond leven analyseerde vanuit narratief perspectief.








