Doel van het onderzoek is het stimuleren van ideeën over een gezonde toekomst en zo een bijdrage te leveren aan de realisatie van positieve toekomstdromen. Men onderzoekt of en hoe toekomstverbeelding bijdraagt aan een beter leven van mensen.
Doe mee!
Doe mee aan het onderzoek naar toekomstverhalen van het levensverhalenlab aan de Universiteit Twente! Als u mee wilt doen, kunt u via de website online een brief vanuit de toekomst opsturen. U stelt zich voor dat u in de tijd kan reizen en een brief na kan laten die door uzelf of andere mensen van nu gelezen kan worden. In de brief geeft u een positieve boodschap en brengt u hoop vanuit een betere toekomst aan uzelf of aan anderen in de huidige tijd.
Het onderzoek bestaat uit 3 stappen:
Stap 1: brief schrijven
Stap 2: vragen invullen (duur ongeveer 10 minuten)
Stap 3: toestemming geven en printen
Brieven worden anoniem behandeld, u kunt er voor kiezen om de brief alleen voor het onderzoek beschikbaar te stellen, maar ook om deze op de website te publiceren.
‘Wat als’: verhalen over de toekomst
Het online toekomstverhalenonderzoek vindt plaats aan de universiteit Twente, bij de afdeling psychologie, gezondheid en technologie. Het onderzoek richt zich op de rol van ‘wat als…’ methoden bij het stimuleren van verbeelding van mensen over hoe hun leven verbeterd kan worden. In het bijzonder staat de ontwikkeling van narratieve onderzoeksmethodologie centraal, gericht op de creatie en realisatie van mogelijkheden voor geestelijke gezondheidsbevordering. Een specifieke vorm van ‘wat als’ onderzoek betreft de toekomst als ultiem domein van (onbekende) mogelijkheden. Een deel van het onderzoek richt zich dan ook op de rol van toekomstverhalen, die in de vorm van toekomstbrieven online verzameld worden. In narratief onderzoek is veel aandacht voor herinneren en terugkijken, maar tot nu toe vormen verhalen over de toekomst een onderbelicht terrein. Wat is de psychologische functie van ‘wat als’ verhalen? Hoe kunnen deze verhalen (o.a. met behulp van technologie) gecreëerd worden? Wat vraagt dit van vertellers en hun omgeving? Wat is er voor nodig om ze te realiseren?








